Achtergrondinformatie
Vernietigingskamp Sobibor
Het kamp bevond zich in het Generalgouvernement in Oost-Polen aan de spoorlijn Chelm-Wlodawa, op ongeveer zes kilometer afstand van het dorp Sobibor. Het lag schuin tegenover het bestaande stationnetje. Om het reguliere personen- en goederenverkeer niet te belemmeren als grote transporten aankwamen, werd het bestaande spoor uitgebreid tot drie sporen om maximaal vijftig goederenwagons te kunnen opvangen. Vanaf het meest westelijke spoor werd een vierde afgetakt dat binnen de dubbele afrastering van het kamp uitmondde. De ernaast gelegen wal, de Rampe, was 120 meter lang, zodat dit spoor maximaal elf wagons en een locomotief kon bevatten. Het kamp lag in een dun bevolkt moerasgebied, op korte afstand van de grens met de bezette Sovjet-Unie, het Reichskommissariat Ukraine. Het behoorde met Belzec, Treblinka en voor een deel met Lublin/Majdanek tot de vier vernietigingskampen die de SS in het kader van de zogenoemde Aktion Reinhardt voor de uitvoering van de Endlösung der Judenfrage heeft gebouwd. Naast deze vier kampen functioneerden in Polen tevens Chelmno, in de omgeving van Lodz, als vernietigingsoord en niet in de laatste plaats ook Auschwitz-Birkenau. Dit kamp was naast vernietigings- ook werkkamp.
Voor geschiedenis Sobibor zie www.stichtingsobibor.nl
Aantallen
In Sobibor werden in anderhalf jaar tijd tenminste 170 .000 Joden vergast, van wie ongeveer 33.000 uit Nederland. In de periode van maart tot en met juli 1943 gingen wekelijks transporten van Westerbork naar Sobibor. Ongeveer 1000 mensen werden voor werk elders geselecteerd. Onder hen een der Nebenkläger, Jules Schelvis.
Trawniki
(zie ook www.CHGS.nl)
Periode van Demjanjuk
Demjanjuk was als in Trawniki opgeleide Wachmann van 26 maart 1943 tot 1 oktober 1943 in het vernietigingskamp Sobibor. Uit Nederland zijn in die periode 27.900 Joden vermoord, waaronder alleen al 1269 kinderen van de kindertransporten uit Vught.
Kindertransporten
Op 6 en 7 juni 1943 vertrokken twee treinen met Joodse kinderen uit kamp Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch). Alle kinderen onder de zestien moesten weg, ook hun moeders moesten mee. Er werd hun gezegd dat ze naar een speciaal kinderkamp in de buurt zouden gaan, maar de treinen gingen naar het doorgangskamp Westerbork en vervolgens naar Sobibor. 1269 Joodse kinderen werden hier vrijwel direct na aankomst door vergassing om het leven gebracht.
Opstand
Op 14 oktober 1943 brak een opstand uit van de in het kamp aanwezige “werkjoden�. Dit waren de mensen die het kamp in feite draaiende moesten houden. Onder leiding van een Russisch-Joodse krijgsgevangene, Alexander Petsjerski, slaagden ruim 300 van de 650 gevangenen erin te ontsnappen. Na de opstand werd het kamp onmiddellijk opgeheven en met de grond gelijk gemaakt nadat alle niet-ontsnapten vermoord waren. Het terrein werd beplant met bomen, met de bedoeling de gepleegde misdaden voor altijd te verbergen.
Van de ontsnapten overleefden 47 de oorlog en zij konden na de oorlog getuigen van de massamoord die in Sobibor had plaats gevonden. Onder hen twee Nebenkläger die tevens zullen getuigen in het proces tegen Demjanjuk in München, Thomas Blatt en Philip Bialowitz.
Transportlijsten
In Westerbork werden destijds voor verschillende doeleinden transportlijsten opgesteld. De meeste bewaard gebleven lijsten bevatten de familie- en voornamen van de gedeporteerde personen - in nagenoeg alfabetische volgorde - met hun geboortedatum. Ze werden meegegeven aan de Transportführer van elk transport om ze op de plaats van bestemming - 19 deportatietreinen reden naar Sobibor - aan de commandant te overhandigen.
![]()
Geschiedenis na 1945
Het heeft lange tijd geduurd voordat Sobibor uit de vergetelheid begon te raken. Pas begin jaren zestig was er sprake van enige belangstelling. In de loop van de tijd heeft de plaats de meest uiteenlopende bestemmingen gehad die zich laten samenvatten in: Sobibor, vernietigingskamp - voetbalveld - trouwlocatie - monument. (Frank van der Elst “Sobibor, de naoorlogse geschiedenis van een kampterrein;voetbalveld, trouwlocatie, monument“) zie www.stichtingsobibor.nl
Gedenklaan
Het voormalige kampterrein herinnert in niets meer aan de plek van toen. In 2003 is begonnen met de aanleg van de Gedenklaan. Daar zijn blijvend groene boompjes geplant en liggen natuurstenen waarop namen en data voor in Sobibor vermoorde personen. Er zijn verhoudingsgewijs veel stenen voor Nederlanders omdat de transportlijsten uit Nederland bewaard zijn gebleven. Daarom zijn ook de namen bekend van de Nederlanders die in Sobibor vermoord zijn, dit in tegenstelling tot de 135.000 vermoorden uit andere landen.
De Gedenklaan werd op basis van de toen bekende gegevens zo goed mogelijk gesitueerd op de plaats van de vroegere Schlauch of Himmelfahrtstrasse, de weg die de Joden moesten afleggen van de plaats waar zij zich moesten uitkleden naar de gaskamers.
Het is mogelijk dat op grond van actueel onderzoek het terrein anders ingericht zal moeten worden. De Nederlandse Regering vertolkt het standpunt van de Stichting Sobibor: de stenen die aan de Gedenklaan geplaatst zijn, zullen bij een eventuele nieuwe inrichting van het terrein een respectvolle en waardige plaats blijven behouden.
Herinrichting/vier-landenoverleg
Inmiddels wordt over het voormalige kampterrein internationaal overleg gepleegd. Nederland is in een vier-landenoverleg betrokken bij de herinrichting van het voormalige kampterrein. Het voormalige vernietigingskamp Sobibor zal met financiële steun van Polen, Israël, Slowakije en Nederland heringericht worden.
De herinrichting zal onder meer het markeren van de asvelden inhouden, bovendien ontstaan er een herdenkingsplaats en een museum.
Wanneer de herinrichting volgens plan in 2013 klaar zal zijn, krijgt Sobibor de status van Pools staatsmuseum. Er is Nederland veel aan gelegen dat de stenen die reeds aan de Gedenklaan geplaatst zijn, bij een eventueel noodzakelijke nieuwe herinrichting een respectvolle en waardige plaats behouden. Wanneer er een museum zal zijn op de plaats van het vernietigingskamp zelf, zal dat voor de educatie een grote stimulans zijn.
Stichting Sobibor
De Stichting Sobibor werd in 1999 opgericht door Jules Schelvis, die als enige het transport uit Westerbork van 1 juni 1943 overleefde. Inmiddels is hij adviseur van een bestuur dat uitsluitend uit vrijwilligers bestaat en gedragen wordt door een groeiend donateursbestand. Doel van de stichting is ervoor te ijveren dat de herinnering aan dit vernietigingskamp blijft voortbestaan, een kamp waar meer dan 33.000 Joden uit Nederland door vergassing zijn vermoord.
Tot de steeds terugkerende activiteiten behoren lezingen over Sobibor door Jules Schelvis in Nederland en Duitsland. Daarnaast biedt de stichting lezingen aan over bijvoorbeeld de Opstand in Sobibor. Er worden tentoonstellingen gemaakt, boeken uitgegeven, herdenkingen en herinneringsreizen georganiseerd. In samenwerking met het Bildungswerk Stanislaw Hantz (BSH) uit Kassel (Dld) worden studiereizen naar de kampen van de Aktion Reinhardt in Oost-Polen gemaakt.
Educatie wordt een steeds belangrijkere doelstelling. De stichting werkte mee aan een dvd over de Joodse kinderen in kamp Vught (KZ Herzogenbusch). Met deze dvd willen wij jongeren van nu de praktijk van intolerantie, discriminatie en vervolging meer dan 60 jaar geleden van nabij laten zien. Dat gebeurt door het verhaal van Joodse kinderen van de zogenaamde kindertransporten die in Sobibor werden vermoord.
Het toenemende belang van educatie blijkt ook bij de studie- en herdenkingsreizen. Steeds meer werken wij samen met Poolse leraren, studenten en leerlingen. Door onze activiteiten samen met Poolse jongeren in Sobibor krijgt de geschiedenis van het voormalige kampterrein een veel intensere betekenis. De officiële en vriendschappelijke samenwerking met en tussen de provincies Lubelski en Gelderland heeft ervoor gezorgd dat er tegenwoordig actueel studie- en lesmateriaal voor basis- en voortgezet onderwijs bestaat.