Stichting Sobibor

Nederlandse mede-aanklagers naar Demjanjuk-proces in München

Veertien van de NebenklägerDe Nebenkläger in het proces tegen John (Iwan) Demjanjuk zijn mensen wier eerstegraads familieleden (ouders, broers en zusters, echtgenoten) vermoord zijn in Sobibor in de periode van 28 maart tot 1 oktober 1943, waarin Demjanjuk als in Trawniki opgeleide Wachmann in het vernietigingskamp werkte. Een aantal van hen doet dit op verzoek van de Duitse justitie, anderen hebben zich spontaan aangemeld.

In juridische zin kunnen uitsluitend eerstegraads familieleden van vermoorden mede-aanklager zijn. In morele zin spreken de Nederlandse Nebenkläger ook namens al diegenen die vermoord zijn in de periode dat Demjanjuk in Sobibor was. Bijvoorbeeld in het geval van de kindertransporten vanuit Vught, waarbij ook hele families gedeporteerd zijn waarvan niemand meer leeft.
Meer dan 170.000 Joden werden in Sobibor vermoord. Vanuit Nederland zijn 34.313 Joden naar Sobibor gedeporteerd, van wie ongeveer 33.000 daar in de gaskamers verdwenen. Dat van hen de namen bekend zijn komt omdat ze op zogenaamde transportlijsten gezet waren, die bewaard zijn gebleven.
Omdat deze namen bekend zijn, kon een groep van 23 Nederlandse Nebenkläger gevormd worden.
Uit Duitsland komt tenminste één mede-aanklager, net als uit de Verenigde Staten en Israel, uit Polen tenminste twee. Of er iemand zal kunnen spreken namens anderen van de meer dan 130.000 Joden uit Duitsland, Polen, de voormalige Sovjet-Unie, Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië, Slowakije en voormalig Joegoslavië die in Sobibor naamloos zijn vermoord, is op dit moment onbekend.
De Nederlandse nabestaanden spreken namens hun vermoorde familieleden, maar ook zijn zij de symbolische vertegenwoordigers van alle anderen die in Sobibor zijn vergast.

RSS - Deze website is gebouwd door Vasilis van Gemert naar een ontwerp van Sitewash