Stichting Sobibor

Wandelen over lijken

De vergeten graven van Aktion Reinhardt

Door Angela Wals - Het begint al te schemeren als we de joodse begraafplaats van Piaski oplopen. Het ligt er vervallen bij. De meeste grafstenen zijn weggezonken in de grond en een afbakening van het terrein ontbreekt. Het pad dat we tussen de bomen door nemen, is willekeurig. Ik vraag me af: loop ik over een oud graf? Ik heb geen idee. Hier en daar steekt een stuk steen boven het bladerdek uit, soms beklad met graffiti. Ze worden omringd door plastic flessen, gebroken glas en lege sigarettenpakjes. Aan de inkervingen te zien, zijn de oude grafstenen tevens ideale flessenopeners. Wat ooit de laatste rustplaats was voor de joodse inwoners van het dorp, is nu een hangplek voor de lokale jeugd. Een treurig beeld, maar deze begraafplaats in Oost-Polen kent nog een verhaal. En dat is nog treuriger.

Wat heb ik te zoeken in Oost-Polen? Ik reis mee met Stichting Sobibor. Samen met het Duitse Bildungswerk Stanislaw Hantz organiseert de stichting elk jaar een educatieve reis naar de kampen van Aktion Reinhardt, en als kersverse Holocaust- en Genocidenstudent leek mij deze reis de ideale introductie op mijn master. Onder de codenaam Aktion Reinhardt werden in 1942 en 1943 tussen de 1,5 en 1,7 miljoen joden vermoord in vernietigingskampen Belzec, Sobibor en Treblinka. We bezoeken niet alleen de vernietigingskampen, maar ook voormalige getto’s waar duizenden Poolse en buitenlandse Joden op elkaar werden gepropt voordat ze hun laatste reis naar de gaskamers maakten.
Nadat het westen van Polen was geannexeerd door het Derde Rijk, wilde Hitler zo snel mogelijk van de Poolse en joodse bewoners van dit gebied af. Hij wilde het land, maar niet de mensen. Ze werden verbannen naar het generaalgouvernement, een gebied in Centraal-Polen (wat nu Oost-Polen is) dat onder Duits bewind viel, maar niet bij het Derde Rijk hoorde. In dit gebied werd een specifiek district gereserveerd – de omgeving van Lublin – als demografische dumpplek van het Derde Rijk. Het moest een ‘opslagplaats’ worden voor Europese joden. Al snel werden de joden, zowel Poolse als Europese, verzameld in getto’s waarvan de meeste in 1941 werden opgezet. In november van dat jaar begonnen de Duitsers aan de bouw van de vernietigingskampen. Het enige doel van de kampen Belzec, Sobibor en Treblinka was het uitvoeren van de definitieve oplossing van het Jodenprobleem: de systematische vernietiging van joden. Dit in tegenstelling tot concentratiekampen als bijvoorbeeld Auschwitz, waar genoeg mensen het leven lieten, maar ook nog werd gewerkt.
Vanuit Lublin werd de hele operatie gecoördineerd. Voor de oorlog leefde hier een grote joodse gemeenschap: van de 120.000 inwoners was een derde joods. Het oude joodse centrum in de stad fungeerde vanaf 1941 als getto. Lublin was in deze tijd een belangrijke stad, niet alleen omdat hier het hoofdkwartier van Aktion Reinhardt was gevestigd, maar ook omdat op deze plek in de nacht van 16 op 17 maart 1942 de campagne van start ging. Ongeveer 26.000 joden uit het getto werden op de trein richting Belzec gezet. Later vertrokken er ook treinen naar Sobibor. Minister van Propaganda Jozef Goebbels schrijft op 27 maart 1942 in zijn dagboek over de deporaties vanuit Lublin: ‘uit het generaalgouvernement worden thans, beginnende bij Lublin, de Joden weggevoerd naar het oosten. Er wordt een vrij barbaarse en niet nader te omschrijven methode toegepast en van de Joden blijven er niet veel meer over. Over het algemeen kan men wel aannemen dat 60% geliquideerd moet worden, terwijl slechts 40% voor werk kan worden gebruikt.’
Het is 14 oktober 2008 en het is mijn vierde dag in Polen. Vandaag bezoeken we Izbica, een plattelandsdorpje waar paard en wagen nog steeds het belangrijkste vervoermiddel vormen. Het is moeilijk voor te stellen dat tijdens de oorlog dit rustige dorpje de grootste zogenoemde ‘durchgangsghetto’ was waar totaal 15.000 joden uit Duitsland, Slowakije, Oostenrijk en de Tsjechische Republiek heen werden gedeporteerd. De doorgangsgetto’s dienden als wachtstations voor Poolse en buitenlandse joden voordat ze naar de kampen werden vervoerd. Niet een gedeelte van Izbica, maar het hele dorp werd als getto ingericht. Op de woningen van de Polen werd een ‘P’ geschilderd en op die van de joden een ‘J’ zodat de juiste deuren werden ingetrapt tijdens het ophalen van joden. Veel woningen met een ‘P’ zijn er niet geweest, want voor de oorlog leefden 6.000 mensen in Izbica, waarvan 95 procent joods was.
Het leven in de overvolle doorgangsgetto’s was zwaar, en hongersnood en tyfusepidemieën eisten veel levens. Daarbij werden regelmatig joden zonder aanleiding geëxecuteerd. In Izbica gebeurde dit op de Joodse begraafplaats. Op 2 november 1941 werd het doorgangsgetto geliquideerd. Ruim duizend joden waarvoor geen plaats meer was op de laatste transporten richting de kampen werden op de joodse begraafplaats geëxecuteerd en begraven in massagraven. We bezoeken deze plek, maar een duidelijk beeld van de locatie van het massagraf krijgen we niet. Veel meer dan een stuk bos gelegen op een heuvel, een informatiebord en een enkele naoorlogse grafsteen is er niet te zien.
We gaan terug naar de vervallen begraafplaats van Piaski, want ook hier liggen lichamen van honderden joden die tijdens de oorlog op deze plaats zijn doodgeschoten. Tot mijn verbazing herinnert ook hier helemaal niets aan het drama. De sporen die de hangjongeren van het dorp hebben achtergelaten maken de verbazing alleen maar groter. Hoe kun je zorgeloos een biertje drinken, zittend met je kont op een oude grafsteen, terwijl je weet dat je op lichamelijke restanten van vermoorde mensen staat?
Dr. Wichert ten Have, directeur van het Centrum voor Holocaust en Genocide, was ook mee met de reis. Ik vroeg aan hem hoe hij het bezoek aan deze twee massagraven heeft ervaren: ‘Het bezoek aan de “begraafplaatsenâ€? was indrukwekkend en verhelderend. Hoezeer deze streken van Polen “geschondenâ€? grond zijn, ook buiten de grote kampen, werd navrant duidelijk. Ook werd zichtbaar dat wat betreft de Poolse Joden de ellende begon in de getto’s en daarna onderweg op vele plaatsen vóór en tijdens de transporten werd verergerd.’
De vervallen staat van de begraafplaatsen vond ten Have op zichzelf treurig, maar gezien de grote aantallen ook niet heel verwonderlijk. ‘Maar’, voegde hij eraan toe, ‘af en toe echter is het gevoel ernstiger, omdat het gebrek aan aandacht wijst op onverschilligheid of zelfs haatgevoelens tegenover de voormalige en soms zelfs overlevende Joodse medeburgers. Dat geldt allemaal nog veel sterker waar het niet om begraafplaatsen, maar om executieplaatsen gaat. Dat daar vaak zonder enig teken of verzorging van graven soms duizenden vermoorde mensen onder de grond liggen is eigenlijk niet acceptabel. Het werk van lokale en andere historici om daar aandacht aan te besteden is naar mijn mening en gevoelens van groot belang.’
Eén van deze lokale historici is onze gids Robert Kuwalek. Hij is Holocaustdeskundige en hoofd research van Majdanek en Belzec. Hij is tevens een wandelende encyclopedie die elke Holocaustoverlevende in de omgeving heeft gesproken. Alle droge feiten worden door hem aangevuld met een anekdote die hij ‘van de moeder van de nicht van een vriendin’ heeft gehoord. Zijn kennis in combinatie met het enthousiasme waarmee hij vertelt, maakt van hem een Poolse Boudewijn Büch waarnaar je blijft luisteren. Tegen hem sprak ik mijn eerder genoemde verbazing uit over de begraafplaats in Piaski. Zijn reactie was kort: ‘De gemeenschap daar is zich niet bewust van het verleden. Ze zien geen probleem, dus dan gebeurt er ook niets’. Ten Have zei over de hangplek: ‘Ik kan niet beoordelen wat de motieven voor dit gedrag zijn. Daarom is belangrijker vast te stellen, dat de gemeenschap en de autoriteiten kennelijk hier geen actie ondernemen. Dat heeft te maken met hun eigen moeilijke omstandigheden en onverschilligheid, maar helaas ook met lichte en ernstige vormen van antisemitisme.’
Het was met het dagje wel. Ik lig op mijn bed in het klooster van Lublin en overdenk de dag. De vele verhalen over het leven in de getto’s die vandaag de revue gepasseerd zijn, sluimeren door mijn hoofd. En het idee dat ik over duizenden lijken heb gewandeld, blijft vreemd. Meer dan ooit tevoren besef ik dat de grote ellende van Aktion Reinhardt al in de getto’s begon. Ik ben kapot, maar ga zo toch even naar de pub om een paar pivo’s met de groep te drinken. Ik ben niet van plan het laat te maken. Morgen vertrekken we om half acht naar Treblinka.

RSS - Deze website is gebouwd door Vasilis van Gemert naar een ontwerp van Sitewash