Tentoonstelling Post Uit De Vergetelheid
Brieven en kaarten uit getto’s en nazi-kampen
Vanaf 18 maart t/m 12 juni in Rijssens Museum Kasteellaan 1b te Rijssen.
Aan de hand van authentieke brieven en kaarten wordt ingegaan op de geschiedenis van een aantal Joodse getto’s en nazi-kampen in de Tweede Wereldoorlog. Ook wordt met poststukken de nazi-propaganda belicht. De tentoonstelling is ingericht door Bennie Vlaskamp.
Ondanks allerlei beperkende voorwaarden van de nazi’s, zijn in de oorlog talloze brieven en kaarten van en naar getto’s en concentratiekampen gestuurd. Om voor de hand liggende redenen zijn echter slechts zeer weinige van deze poststukken bewaard gebleven. Bennie Vlaskamp kocht er in de loop der jaren op markten en via veilingen een aantal van op en stelde met zijn verzameling de tentoonstelling samen. Vlaskamp is bestuurslid van Stichting Sobibor.
Als de nazi’s postale communicatie toestonden (in vernietigingskampen was dat maar zelden het geval), deden ze dat onder strikte censuur en vooral om het ‘thuisfront’ valselijk gerust te doen stellen: de gevangenen en getto-inwoners moesten schrijven dat ze gezond waren en dat het hen goed ging. Desondanks klinkt in de brieven en kaarten de wanhoop door.
Op de expositie worden ook een aantal propagandakaarten getoond en wordt verhaald over enkele van Hitlers medewerkers, zoals Reichspostminister Wilhelm Ohnesorge, die de Führer Kult invoerde: de verheerlijking van Hitler met bijzondere postzegels.

Mijn lieveling! Het gaat goed met mij. Maak me echter zorgen om jou. Kerstavond zal ik alleen doorbrengen, opdat niemand mij in mijn gedachten aan jou en Eva stoort. Met heel mijn wezen bij jou, Talka
Download de LessuggestiesPosttentoonstelling.pdf voor basisonderwijs

De briefkaart hiernaast (geschonken aan Stichting Sobibor) van 6 juli 1943 van Jules Polak aan zijn broer Martin en familie, gevangenen in Westerbork. De afzender was op transport naar Sobibor en heeft deze kaart uit de trein gegooid. De ‘smokkelbrief’ bereikte Westerbork. Jules Polak heeft Sobibor niet overleefd.
Lieve Allen, We zijn met 48 personen vertrokken. Het gezelschap gaat. Ik ben ‘Wagonleiter’ en draag gelukkig weer een baard. Pijnappel zit bij mij in de wagen. De stemming is goddank goed. J. v/d R. sprak ik nog in de trein evenals Arie. Marcus zit een wagen verder. Net toen ik Ellen goedendag wilde wuiven draaide ze zich om. Volgende keer beter! Nu luitjes, ik weet werkelijk niets meer te schrijven. Ik hoop jullie gauw weer in Mokum terug te zien, tot zolang dus. Heel veel zoenen van allemaal, van Jules