Koninklijke onderscheiding voor Jules Schelvis
Veel belangstelling voor dvd over Kindertransport
Het aantal fotografen en cameraploegen in de zaal van het Verzetsmuseum Amsterdam nam woensdag 7 februari langzaam toe tot een aanzienlijke groep. Zou Jules Schelvis normaal gesproken wel doorhebben wat er stond te gebeuren, nu niet. Hij was geconcentreerd op de woorden die hij zou wijden aan de presentatie van de dvd-met-lespakket over het treintransport van joodse kinderen naar het vernietigingskamp Sobibor in juni 1943.
“Een volslagen verrassing”, zei hij toen staatssecretaris Ross-Van Dorp van VWS hem het lintje opspelde van zijn koninklijke onderscheiding: officier in de orde van Oranje-Nassau. “Als er één is die zich in Sobibor verdiepte en het allemaal te boek stelde, bent u het wel”, zei mevrouw Ross-Van Dorp.
“Mensen zoals u, die het voor het nageslacht vastleggen, zijn zó belangrijk. Er was na de oorlog lange tijd weinig bekend over Sobibor. Er was ook weinig interesse voor de verhalen van de joodse overlevenden, ook van overheidswege niet.”
Enorme inspanning
De dvd met lespakket kwam tot stand onder de vleugels van de Stichting Sobibor, waarvan Jules Schelvis (86) de oprichter en eerste voorzitter was. Vele tientallen mensen namen deel aan het project. De huidige voorzitter Jetje Manheim kon ze allemaal welkom heten in het Verzetsmuseum. Ook afgevaardigden van onder andere de herinneringscentra Westerbork en Vught, van de Anne Frank Stichting en van het Centrum voor Holocaust en Genocide Studies – alle betrokken bij het project – waren er, en ook de burgemeester van Amstelveen, de woonplaats van Schelvis. Van de televisie waren er ploegen van Netwerk en Hart van Nederland, evenals Ad van Liempt van het programma Andere tijden.
De vervaardiging van de dvd met al z’n ‘extra’s’ was een enorme inspanning die niet twee jaar zoals gedacht maar zeven jaar in beslag nam. Dreigde bij sommige betrokkenen af en toe de moed in de schoenen te zakken, toch werd er doorgezet.
Voor het project was zo’n 200.000 euro nodig. Uiteindelijk kwam dat geld er, met name van het ministerie van Ross-Van Dorp, de Mondriaan Stichting, de Stichting Levi Lassen, de Stichting Democratie en Media en enkele particulieren.
Overigens werd al in 2003, ver voordat de financiën rond waren, begonnen met de opnamen onder leiding van Jules Bohnen Media bv. De jonge filmmaakster Sara Beumer vertaalde de interviews van Jules Bohnen met acht overlevenden van de nazi-kampen, onder wie Jules Schelvis, in de korte documentaire ‘Wat kunnen ze nou met ons doen?’, bestemd voor de jongere leerlingen van het vmbo. In de Werkgroep ZART die het project uitvoerde, zaten behalve Schelvis ook Mirjam Huffener en Janneke de Moei. Zij kregen veel hulp, in het bijzonder van Jetje Manheim, Rozette Kats, Arie van Dalen en Alex Bakker, die het lesmateriaal vervaardigde.
Dvd en lesmateriaal worden ondersteund met de website www.joodsekindereninkampvught.nl, waarop aanvullende informatie staat, zoals een ‘tijdlijn’ die de persoonlijke geschiedenissen van de geïnterviewden verbindt met de historische context van oorlog en vervolging.
“Je verstand staat stil”
“Iedere keer”, zei mevrouw Ross-van Dorp, “als je de aantallen leest, staat je verstand stil.” In Sobibor werden in ruim een jaar tijd 250.000 mensen, vooral joden, vermoord. Van hen waren er 34.000 afkomstig uit Nederland. Schelvis werd als 21-jarige door de Duitsers opgepakt, tegelijk met zijn vrouw en een groot deel van zijn verdere familie. Behalve zijn zuster en moeder werd zijn hele familie door de Duitsers omgebracht. Zelf ontsnapte hij als door een wonder aan de dood, maar zijn martelgang door zeven kampen duurde twee jaar.
Na zijn pensionering in 1982 besloot hij de hel die hij meemaakte te beschrijven. Hij bracht enkele boeken uit, trad in Duitsland als burger-aanklager op tegen kampbeulen, ging lezingen houden, de laatste jaren vooral voor de Duitse jeugd, treedt op als gids in de vroegere kampen en is adviseur bij tal van initiatieven om de holocaust als waarschuwing in de herinnering te houden.
Stug doorzetten
“U bent zesentachtig jaar, u moet over een onuitputtelijke energiebron beschikken”, zei Ross-van Dorp. “Stug doorzetten”, was de reactie van Schelvis.
Janneke de Moei van de Werkgroep ZART schreef het boek ‘Joodse kinderen in het kamp Vught’. Vanuit Vught werden op 6 en 7 juni 1943 bijna 1300 kinderen, veelal met hun moeder, op transport gezet naar ‘doorgangskamp’ Westerbork. Binnen enkele dagen werden de meesten weggevoerd naar Sobibor. 1269 kinderen werden vermoord.
In Amsterdam zei Janneke de Moei: “Niet veel kinderen zullen vandaag de dag uit zichzelf lezen over die kinderen in Vught. Toch moeten ze ervan weten. Grote rampen beginnen vaak klein. Pesten, buitensluiten en ‘wegkijken’: men moet steeds waakzaam zijn voor de gevaren daarvan. Helaas is dat mensen niet aangeboren, het moet hen geleerd worden.” De kiem voor het dvd-project werd gelegd in 1999, toen in Vught een monument werd geplaatst voor de vermoorde kinderen en het boek van de De Moei verscheen, dat werd vormgegeven Mirjam Huffener, dochter van Lotty Huffener-Veffer, die de kampen overleefde en ook voor de dvd werd geïnterviewd. Janneke de Moei en Mirjam Huffener vonden dat het verhaal moest worden doorverteld aan de nieuwe generaties.
Indringend beeld
‘Wat kunnen ze nou met ons doen?’, de titel van de korte documentaire die in Amsterdam vertoond werd, was een uitspraak destijds van Lotty Huffener. Zij is een van degenen die in deze documentaire over hun ervaringen vertellen. Hun woorden worden afgewisseld met beelden van vrije, spelende kinderen nu. “Dat geeft op een eenvoudige manier een indringend beeld. Erg goed gemaakt”, zei Lotty Huffener na de presentatie.
Ook Koos Valk, die in 1940 zes jaar was, is geïnterviewd door Jules Bohnen, die samen met Sara Beumer de dvd regisseerde. Bohnen: “Koos liet weten: ik vertel het nog één keer en dan nooit meer, dan gaat het boek dicht. Het viel hem zwaar, net als de anderen.”
Koos Valk op de dvd: “Ik voelde me in Vught heel verlaten en paniekerig. Een tante had gezegd: je kunt er spelen, er is veel zand en je krijgt snoep. Ja, mijn tante kon het mooi vertellen…” Mirjam Huffener overhandigde de eerste dvd met bijbehorend lesmateriaal aan Jules Schelvis, die daarna door de staatssecretaris in het zonnetje werd gezet.