Stichting Sobibor

Veel belangstelling bij avond in Verzetsmuseum

Het Verzetsmuseum in Amsterdam organiseerde  samen met de Stichting Sobibor en het Centrum voor Holocaust en Genocidestudies (CHGS) op 12 oktober een bijeenkomst over de opstand in Sobibor op 14 oktober 1943. Sprekers waren Jules Schelvis (1921), overlevende van de Duitse kampen, schrijver van ’Vernietigingskamp Sobibor’ en oprichter van de Stichting Sobibor, Jetje Manheim (1947), de huidige voorzitter, en Johannes Houwink ten Cate (1956), hoogleraar en directeur van het CHGS; er was Jiddische zang en muziek van A Libe.

Een mooie nazomerse dag.

Op donderdag 12 oktober 2006 breekt ’s middags de zon door en wordt het nog een mooie nazomerse dag. Is het dan moeilijk om ’s avonds een stap van 63 jaar terug te zetten in de tijd tijdens een bijeenkomst over de opstand in het vernietigingskamp Sobibor? Kennelijk niet. De zaal raakt tot de laatste plaats bezet met een 120 belangstellenden. Bovendien zijn oorlog en genocide ook niet iets van 63 jaar geleden. Om het nog maar niet te hebben over de herinnering aan zulke drama’s, of hóe men er aan herinnerd wordt - onder invloed van ouders, milieu, school, kranten, regeringen. Stuitend is op dit moment weer hoe er in de Armeense kwestie over het begrip genocide discussie is. Was het dat, in de jaren 1915-1920, nu wel of niet? Alsof dat destijds voor die slachtoffers iets uitmaakte. De avond in het Verzetsmuseum voerde in ieder geval in weinige seconden 63 jaar terug in de tijd.

Voorin de zaal bevinden zich een grote maquette van het vernietigingskamp Sobibor en nog een aparte, kleinere, van de gaskamers. Werk van Jules en medewerkers van het Herinneringscentrum Westerbork. Goed gemaakt, veel priegelwerk. In moderne lijsten hangen aan een muur oude teksten en foto’s van en over dat kamp, ook gemaakt door Jules. Hij moet er maanden mee bezig geweest zijn. Veel bezoekers kennen elkaar, maar er zijn toch ook veel nieuwe gezichten. Dat kunnen de jongeren zijn – studenten – maar ook ouderen, zoals de man naast me. maquette van de gaskamers
‘Mijn moeder is in Sobibor omgebracht’, zegt hij. Hij is een grijze, tikkeltje nerveuze man van rond de zeventig. Uw vader? ,’Nee, niet omgebracht, hij was niet joods.’ U hebt er veel over gelezen? ‘Eigenlijk niet zoveel’, zegt hij. , ’Ik zag in een Amsterdamse krant dat deze avond er was.’ U hebt nooit zo veel in het verleden … gespeurd? ‘Nee. Daarom ben ik nu hier.’

Johannes, Jetje en Jules houden hun inleidingen, Jetje over 14 oktober 1943, de wanhoopsopstand in Sobibor waar dan al – in nauwelijks een jaar tijd – 250.000 mensen omgebracht zijn, van wie 33.000 uit Nederland. Halverwege de avond is er een gesprek tussen Johannes en Jules. Vragen die later vanuit de zaal gesteld worden, hebben vaak als strekking: hoe ga je met je herinneringen om, hoe kun je verder leven na zoveel angst, wanhoop en verdriet? Jules beantwoordt ze uitvoerig en zonder te aarzelen over een gebeurtenis of een datum.
De man naast me is vol bewondering. ‘Ik kende Jules Schelvis niet. Wat een geheugen, hij weet zelfs alle data nog.’
Een vraag is ook: hoe kun je na al die ellende nog slápen? ‘Ik ben er nu de hele avond heel intensief mee bezig geweest’, is het antwoord van Jules, ‘maar als het afgelopen is, ben ik het kwijt…gelukkig maar.’

Er zijn ook enkele Duitse bezoekers: Jana Müller (1969) en Jens Jesiolkowski (1971) uit Dessau. Ze hebben verscheidene lezingen van Jules in Dessau en enkele andere plaatsen in die regio georganiseerd, voor jongeren. Ze doen dat naast hun eigenlijke werk voor een alternatief jeugdcentrum. Ze maken ook dvd’s, integer, indringend. Wat ze zeer gedreven doen – de holocaust in de herinnering houden, of brengen – is daar, in dat vroegere en nog lang niet stabiele Oost-Duitsland, niet zonder risico. Voor de dvd ’Vor der Haustür’ (’Vlakbij de voordeur gebeurde het’) hebben ze een onderscheiding gekregen.
Na afloop van de bijeenkomst wordt er nog wat gedronken in Plancius naast het Verzetsmuseum. Jana Müller heeft voor Jules al weer een programmaatje opgesteld voor vijf dagen in Dessau en andere plaatsen in Saksen-Anhalt, eind januari, kort na Jules’ 86-ste verjaardag.
Er wordt geklonken. Voor Jules is het op dit moment heel nadrukkelijk 12 oktober 2006: een mooie nazomerse dag.

Aad Nekeman

RSS - Deze website is gebouwd door Vasilis van Gemert naar een ontwerp van Sitewash